Scandinavië Instituut

Hoe IJsland haar tweede vrouwelijke premier kreeg

Hoe IJsland haar tweede vrouwelijke premier kreeg

Sinds 30 november 2017 heeft IJsland een nieuwe regering. Een maand eerder vonden de vervroegde landelijke verkiezingen plaats. Die verkiezingen waren de zesde van de afgelopen tien jaar in het land. Bovendien zat in die periode slechts een coalitie -tussen sociaaldemocraten en de Groenlinkse Beweging- de formele zittingsduur van vier jaar uit. Een weinig stabiele situatie, zo lijkt het.

Gelet op de recente financiële geschiedenis van het land is het niet zo verwonderlijk dat weinig regeringen de rit uitzaten. Bovendien dienden er tussen 1979-2007 slechts zeven regeringen de gehele periode uit. Winnaars van deze verkiezingen werden de sociaaldemocraten, de Groenlinkse Beweging en nieuwkomers Volkspartij en Middenpartij. Daarmee wonnen drie ‘linkse’ partijen de verkiezingen. Opvallend, omdat in de meeste andere Europese landen ‘rechts’ de laatste jaren juist vaker wint. Dat dringt de vraag op hoe we deze verkiezingen moeten duiden en welke koers IJsland de komende tijd zal varen. Nu de regering geformeerd is en de regeringsploeg onderweg is, is het de hoogste tijd om eens nader in te zoomen op deze verkiezingen.

Val van het kabinet-Benediktsson
Premier Bjarni Benediktsson (1970) van de Onafhankelijkheidspartij kwam in de problemen nadat zijn vader een brief had geschreven waarin hij het opnam voor een veroordeelde pedoseksueel. Vader Benedikt, bevriend met deze veroordeelde persoon, pleitte in zijn brief voor ‘eerherstel’, zodat deze persoon na zijn straf weer voor beroepen in aanmerking kon komen waarvoor een VOG nodig is. De premier bleek al vanaf juli 2017 op de hoogte te zijn van de brief, maar meldde het niet. Toen in september vorig jaar de brief alsnog in de openbaarheid kwam, trok coalitiepartij Heldere Toekomst zich terug uit de regering. Daarmee verloor de coalitie van Benediktsson zijn toch al krappe meerderheid in het IJslandse parlement. Na negen maanden regeren viel het doek voor Benediktsson en zijn ploeg. De vader van de premier bood overigens zijn excuses aan voor de ophef die zijn schrijfsel had doen veroorzaken, maar het mocht niet baten. Door president Jóhannesson werden er vervroegde verkiezingen uitgeschreven.

Campagne
Het kabinet van Gunnlaugsson, de voorganger van Benediktsson, viel in 2016 over de Panama Papers. Duidelijk werd dat er bewindspersonen waren die offshore activiteiten ontplooiden en hiervan geen melding hadden gedaan. Nu was er een brief die door de premier onder de pet gehouden werd. Hierdoor werd de Onafhankelijkheidspartij het gezicht van een niet-betrouwbare overheid. Daardoor werd in deze campagne, net als de campagne van 2017, de bestrijding van corruptie als centraal thema gemarkeerd.

Naast het algemene vertrouwen is ook goede zorg een belangrijk thema voor de IJslanders. Hoewel het toerisme veel geld in het laatje brengt, zit er ook een keerzijde aan. Het drijft prijzen enorm op, waardoor jongeren erg moeilijk aan betaalbare woonruimte kunnen komen. Tot slot heeft ook de wetgeving die de visserij -een zeer belangrijke sector in het land, zo niet de belangrijkste- een rol gespeeld in de laatste campagne.

Uitslag
Met een opkomst van 81,2% van de stemgerechtigden lag de opkomst lager dan in de verkiezingen daarvoor. Er waren diverse winnaars bij deze parlementsverkiezingen. Zo wisten de sociaaldemocraten 4 zetels te winnen en kwamen uit op 7 in de 63-zetels tellende Althing. De Groenlinkse Beweging van Jaboksdottir kwamen uit op 11 zetels (+1). Inga Sæland, oud-X-factor deelnemer en de lijsttrekker van de Volkspartij, wist als nieuwe partij meteen 4 zetels in de wacht te slepen. Grote winst was er ook voor de Middenpartij. Onder leiding van oud-premier Gunnlaugsson kwam de partij de Althing in met 7 zetels. Overigens was Gunnlaugsson nog premier namens de Vooruitgangspartij. En waar winnaars zijn, zijn ook verliezers. De Onafhankelijkheidspartij, die sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog tot de dominante politieke partijen van het land behoort, verloor weliswaar 5 zetels, maar bleef de grootste met 16 zetels. De Piratenpartij, van wie lange tijd werd gedacht dat zij er met de winst vandoor zouden gaan verloren en zakten naar 6 zetels. En Heldere Toekomst, de partij die de regering van Benediktsson ten val bracht, verloor al z’n zetels en verdween uit de Althing. Het aloude spreekwoord ‘wie breekt, betaalt’ gaat hier zondermeer op.

Nieuwe regering
Nadat alle politieke leiders waren langs geweest bij president Jóhanesson, liet partijleider Katrin Jakobsdottir (1976) van de Groenlinkse Beweging weten ervoor te voelen om de nieuwe premier te worden. Immers, haar partij had gewonnen en was, na de Onafhankelijkheidspartij die fors verloren had, de grootste geworden. Het verlies van de Onafhankelijkheidspartij kan worden gezien als een afrekening van de IJslanders met achterkamertjes, weinig transparantie etc. Door de steun van de Onafhankelijkheidspartij kon Jakobsdottir, die parlementslid werd in 2007 en eerder minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur was, premier worden. Zodoende komt er een premier met een smetteloos verleden. Dat is wat de IJslanders willen. En de Onafhankelijkheidspartij wist zich weer van regeringsdeelname te vergewissen. Bovendien krijgt de partij de zwaarste posten in het kabinet, waaronder Financiën waarvoor partijleider Benediktsson klaarstaat.

De coalitie die een maand na de verkiezingen tot stand kwam bestaat uit de Groenlinkse Beweging, de Onafhankelijkheidspartij en de Vooruitgangspartij en staat onder leiding van Katrin Jakobsdottir. Haar kersverse ploeg heeft ambities om te investeren in onderwijs, infrastructuur en goede gezondheidszorg. Dat is niet het enige, de nieuwe regering heeft eveneens te kennen gegeven geen toetreding tot het lidmaatschap van de Europese Unie te willen. De onderhandelingen met Brussel zullen daardoor vermoedelijk op een laag pitje terechtkomen. Toch blijft de toekomst ongewis, want hoe zal het gaan met de financiële situatie van het land en kan het land de massastroom aan toeristen aan? Een zaak is wel zeker en dat is dat met het aantreden van Katrin Jakobsdottir IJsland de tweede vrouwelijke premier in haar geschiedenis gekregen heeft. De eerste was Jóhanna Sigurðardóttir (sociaaldemocraten). Zij leidde tussen 2009-2013 twee kabinetten.

Geef een reactie