Scandinavië Instituut

Minderheidskabinet

Minderheidskabinet

Als er in Nederland Tweede Kamerverkiezingen worden gehouden, duurt de daaropvolgende formatie vaak maandenlang. De laatste keer bedroeg de formatieperiode zelfs 225 dagen. Aan het eind van zo’n zeer lange periode verschijnt er vrijwel altijd een meerderheidskabinet op het bordes. Dat gaat in een aantal noordelijke landen een heel stuk sneller.

Nederland heeft geen traditie van minderheidskabinetten. Dat valt deels te verklaren doordat een meerderheid in de Staten-Generaal wel gemakkelijk is voor de regering. Het hoeft dan immers niet eindeloos te onderhandelen met partijen over wetsvoorstellen. Dat argument is verder versterkt door de ervaringen van het eerste (en in mindere mate tweede) kabinet van Mark Rutte.

Minderheidskabinet Rutte-I

Het kabinet Rutte-I was weliswaar een minderheidskabinet (en kreeg gedoogsteun van de PVV vanuit de Kamers), maar dit kabinet haalde, net als de vijf kabinetten daarvoor, de eindstreep niet. Een aantal van de onderhandelaars voor Rutte-III (Rutte, Zijlstra, Buma) hebben daar nog steeds nare herinneringen aan.

Ook de vorige coalitie had geen meerderheid in de Eerste Kamer. Door akkoorden te sluiten met D66, ChristenUnie en SGP kwamen wetsvoorstellen wel door het parlement, maar het kostte veel tijd, energie en moeite.

Het vormen van een minderheidskabinet door de informateur lag om die reden niet voor de hand. Nu de versplintering doorzet en formatieperiodes steeds langer duren, is het m.i. goed eens serieus te kijken naar de variant van het minderheidskabinet. Daarbij kunnen we leren van de Scandinavische landen waar men veel ervaring heeft met het vormen van minderheidskabinetten.

Ervaringsdeskundige

De Deense premier Lars Løkke Rasmussen is ervaringsdeskundige als het gaat om het formeren van minderheidskabinetten. Na de laatste verkiezingen in 2015 bleek een meerderheidsregering niet mogelijk. Daarom vormde zijn partij Venstre de regering met steun van andere partijen in het zogenoemde ‘blauwe blok’. Eind november 2016 kwamen Liberal Alliance en Det Konservative Folkeparti in de regering, waardoor de coalitie uit drie partijen bestaat maar nog steeds een minderheidscoalitie vormt.

Na de verkiezingen in Noorwegen in 2013 kwam de Arbeiderspartij als winnaar uit de bus. Toch namen de sociaaldemocraten niet deel aan de regering. Noorwegen heeft sinds 2013 een minderheidsregering onder leiding van Erna Solberg. Zij leidt een minderheidscoalitie bestaande uit Høyre en de Fremskrittspartiet. Deze ‘blauw-blauw-coalitie’ krijgt gedoogsteun van de Kristelig Folkepartiet en Venstre.

Net als in Noorwegen, wonnen ook in Zweden de sociaaldemocraten de verkiezingen. Partijleider van de sociaaldemocraten Stefan Löfven vormde een minderheidscoalitie van Socialdemokraterna (S) en de Miljöpartiet (MP). Deze combinatie heeft 138 van de 349 zetels in het parlement. In december 2014 viel het kabinet-Löfven over de nieuwe begroting. Löfven kondigde hierop nieuwe verkiezingen aan, maar kwam daar op terug na gesprekken met het conservatieve blok dat zich verenigd heeft in Alliansen för Sverige.

Geen Eerste Kamer

Belangrijk om je te realiseren is dat deze landen allemaal een eenkamerstelsel hebben en dat maakt een minderheidskabinet wel een stuk gemakkelijker. Wetsvoorstellen hoeven niet door twee Kamers heen zoals in Nederland. Bovendien heeft Noorwegen het verkiezingssysteem zoals dat voor decentrale overheden te doen gebruikelijk is: eens in de vier jaar verkiezingen en geen mogelijkheden voor tussentijdse verkiezingen wanneer een coalitie valt.

Daarmee worden politieke partijen gedwongen om naar alternatieven te zoeken en stabiliteit te waarborgen. Het is m.i. meer dan een serieuze overweging waard om naar de optie van een minderheidscoalitie te kijken. Een minderheidscoalitie is hard werken, continu meerderheden zoeken en compromissen sluiten. Dat laatste past overigens goed bij de politieke cultuur van ons land en is nodig in een sterk verdeeld politiek landschap. Daarmee komt ons land vooruit.

Geef een reactie